Geen dode last
Sinds 2006 maakt het bedrijf gebruik van zelfrijders voor het mest en digestaat uitrijden. In 2017 werd de eerste Vredo aangeschaft. “Het grote voordeel van een TRAC, ten opzichte van een trekker met getrokken tank, is dat je geen dode last meetrekt over het veld”, legt Barnes uit. “We hebben soms behoorlijk steile percelen te bewerken, waarbij voldoende grip essentieel is. Omdat het gewicht bij de zelfrijder op de assen rust is geen sprake van wielslip. De 90 centimeter brede Mits banden zijn met een luchtdrukwisselsysteem uitgerust, wat zeker bij het bemesten van maïs een meerwaarde is.”
Unieke transportbreedte
Volgens Barnes rijdt het bedrijf 99% van de mest en digestaat in de voorjaarsperiode uit over de granen. “Hiervoor bemesten we altijd vanuit de spuitsporen. Dankzij de 36 meter brede sleepslangboom rijden de machines nooit meer door het gewas. We kunnen daarnaast ook met een spuitspoorbreedte van 24, 30 of 32 meter overweg. Dankzij de Flex tank bedraagt de transportbreedte nooit meer dan 3,5 meter. Dat is echt uniek en een groot voordeel op onze zeer smalle wegen.”
Bemesten op waarde
De TRAC’s zijn niet alleen uitgerust met gps-besturing van John Deere, maar maken ook gebruik van HarvestLab NIR-sensoren. “Bij steeds meer boeren bemesten we niet langer op volume, maar op nutriëntenwaarde”, legt hij uit. “Hiervoor gebruiken we meestal stikstof als richtwaarde. Die stel je in op bijvoorbeeld 100 kilo en de machine regelt zelf de afgifte en rijsnelheid.”
Zwaartepunt
De Flex tank heeft nog een voordeel, weet Barnes. “De 7m³ mestzak, bovenop de tank, wordt als eerste geleegd tijdens het uitrijden. Hierdoor komt het zwaartepunt van de machine lager te liggen, waardoor hij stabieler in de heuvels is. De totale capaciteit van 32m³ past precies bij de tankopleggers, zodat we deze in één keer kunnen leegzuigen. De machines zijn uitgerust met een telescopische zuigarm, zodat we probleemloos over een heg of sloot kunnen rijken en de aandokkoppeling gebruiken op de transporttank.
Betrouwbaar en comfortabel
De Cramphorn-vloot bestaat momenteel uit drie machines van bouwjaar 2020, 2022 en 2024. De nieuwste machines draaien jaarlijks tussen de 1.100 en 1.200 uur. De derde zo’n 800, vooral om het werk in de piekperiodes op te vangen. “Problemen hebben we nauwelijks gehad, hooguit een kleine storing”, weet Barnes. “Importeur Kirby Ag en Vredo hebben dat altijd snel weten op te lossen. Over de service zijn we goed te spreken. Het lijken grote machines, maar vanuit de cabine heb je dat gevoel zeker niet. Het zicht is prima en de bediening logisch en overzichtelijk”, besluit hij.